Epiloog (en een toegift)

E.E. Cummings, 15 zinnelijke gedichten

Over E.E. Cummings’ stijl

Je kan vóór de stijl van E.E. Cummings zijn of tegen, schreef ik in het woord vooraf, maar deze dichter had vanaf zijn eerste bundel Tulips and Chimneys (1923) een eigen, bijzondere manier van schrijven die hij een dichtersleven lang trouw zou blijven en verder ontwikkelen – zijn postuum verschenen Complete Poems, 1904 – 1962 telt meer dan 1000 pagina’s. Hieronder probeer ik een aantal kenmerken van die stijl op een rij te zetten en uit te leggen wat Cummings in zijn gedichten met taal doet en waarom hij dat doet.

De gedichten van E.E. Cummings hebben meestal geen titel die de lezer op het juiste spoor moet zetten om het gedicht te begrijpen. Dat begrijpen moet zich langzaam lezend ontwikkelen.

Dat is meteen ook de eerste functie van de vreemde interpunctie, het splitsen van woorden of net het aan elkaar schrijven ervan. Cummings’ gedichten ontregelen de leesact, zodat je niet anders kan dan langzaamaan, zelfontdekkend lezen.

Poëzie vergt sowieso veel tijd en aandacht van de lezer. Cummings’ gedichten dus nog meer. Voor wie niet voortijdig afhaakt, wordt lezen echter een soort ontdekkingsreis. Trager lezen betekent immers langer en dieper nadenken, en dat levert in de eerste plaats een aha-erlebnis op: ah zo, dat staat er dus. Eventueel zie je als lezer ook plots een of andere – voor jou goede – reden waarom het er net zo mag en moet staan en niet anders.

Heel veel gedichten focussen op de eigen ervaringen en emoties van de dichter. Bijzonder is dat Cummings steevast de eerste persoonsvorm met een kleine letter schrijft, i.p.v. met de correcte hoofdletter I. Ongetwijfeld is dat om het ego, het eigen ik niet meteen door die hoofdletter een hoger aanzien te geven. Vaak ook wordt de geliefde in zijn liefdesgedichten niet aangesproken met you, maar met de archaïsche beleefdheidsvorm thy – om nog meer de gelijkheid tussen beiden te benadrukken, of om de geliefde net belangrijker te maken dan het eigen zelf. Een niet zo evidente keuze in de patriarchale samenleving van toen (en nu?).

De leestekens direct aan de woorden vastgemaakt geven dan weer aan dat je moet verder lezen: niet te lang stilstaan, niet pauzeren, maar vooruit! De gedichten zijn op die manier a.h.w. één (lange) innerlijke monoloog, een stream of consciousness … Vandaar dus ook geen hoofdletters aan het begin van een gedicht of een punt op het einde. En geen titels, want zo denken en voelen mensen niet. Het Cummings-stijlkenmerk bij uitstek misschien zijn de zinnetjes tussen haakjes. Die geven (veelal) ‘gedachten’ of ‘emoties’ weer die tegelijkertijd met de voorgaande en de volgende opborrelen en die de gedichten een soort litanie-achtige bezwerend karakter geven.

De alternatieve grammatica of de ‘foute’ zinsbouw moet dan weer niet zozeer verwarring stichten, maar een idee of een gevoel in de verf zetten dat anders misschien aan de aandacht van de lezer zou ontsnapt zijn, net omdat een juist geformuleerde zin vlot en vlug (en oppervlakkig?) ontcijferd kan worden.

Meestal klinken Cummings’ verzen dan ook nog eens poëtisch mooi. De verzen hardop lezen is vaak makkelijker dan je denkt en ondanks de grammaticale afwijkingen of de vreemde, onverwachte metaforen klinken de regels ook steeds bijzonder goed, ja melodisch, dankzij de vele klankherhalingen. Eindrijm ontbreekt misschien veelal, maar de verzen hebben toch een natuurlijk ritme, dat mee gestuurd wordt door de vele alliteraties en assonanties, de afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen, analoge zinsbouw, herhalingen enz.

Toegift

Een erg bekend gedicht van E.E. Cummings als opstap naar mijn laatste vertaling. Beide gedichten kan je misschien net iets makkelijker lezen dankzij een kort YouTube-filmpje (anderhalve minuut).

95 Poems, 1958 – © archive.org 

95 Poems, 1958 – © archive.org

Let in dit en het vorige gedicht op de symmetrische opbouw van de ultrakorte verzen in strofen:

  • 1-3-1-3-1
  • 1-5-1

Toeval? Als je op deze link tikt of klikt, dan kan je Cummings’ kladversies zien van deze twee gedichten. A. M. Moe telde daar meer dan 240 versies van het tweede gedicht!

Waar was Cummings zo obsessief op zoek naar? De mooiste vorm – het oog wil ook wat? Suggereert de 1-5-1 strofe-structuur de (dikke) bij binnenin de frêle bloem? Of probeert Cummings de ingenieuze bouw van een roos te imiteren? Let bijvoorbeeld op de spiegeling van de eerste regel 1 (strofe 1) en de laatste (strofe 3): evenveel letters voor en na de haakjes. Zie je hoe ook vers 3 en vers 5 op dezelfde manier spiegelbeelden blijken, maar nu zelfs met gespiegelde haakjes? Moet deze bijzondere queeste naar de (voor hem) perfecte vorm hem zo nauw aan het hart hebben gelegen, omdat hij – haiku-gewijs – dacht de ultieme stilte in woorden te hebben ‘gevangen’: de stilte na de storm, de ‘adembenemende’ stilte na het gezoem en gebrom van de drukdoende bij in de bloem? Of was het omdat deze stilte tegelijk op omfloerste wijze een bijzonder intiem moment suggereert in het liefdesspel? Vooral ook omdat de roos hét symbool van de liefde is – voor Cummings en zijn (toenmalige) geliefde is zij hier heel romantisch de enige (‘only’)! Ik stelde de vragen. De dichter en de lezer weten de antwoorden.

Kan je dit gedicht eigenlijk nog wel vertalen? Ik deed het toch en ik ben er bijna zeker van dat Cummings er niets op tegen zou hebben gehad dat in het Nederlands bij en jij niet enkel net zoals in de Engelse taal evenveel letters hebben, maar ook nog eens heerlijk toevallig rijmen.

15 gedichten

Alle vertalingen

°°°
Inhoudsopgave